Wormen
Er zijn verschillende wormensoorten die problemen kunnen geven bij hond en kat. De belangrijkste hiervan zijn spoelwormen, lintwormen, zweepwormen, haakwormen en longwormen. Uw kat wordt besmet door het opeten van wormeitjes of larven, ook kunnen katten een besmetting oplopen via voer of water, door het opeten van ontlasting van andere dieren en door het vangen van prooidieren. Lintwormen worden overgebracht door de vlooien.
Wanneer moet ik mijn kat ontwormen?
Kittens kunnen zich besmetten via de moedermelk en/of via de omgeving. Ook wanneer de moederkat goed ontwormd is! Naast dat katten ziek kunnen worden van wormen kunnen zij ook ernstige gezondheidsproblemen geven aan mensen en dan vooral kinderen. Wij adviseren dan ook kittens te ontwormen op een leeftijd van 3, 5, 7 en 9 weken, vervolgens 1 x per maand totdat ze 6 maanden oud zijn en vanaf dan is ons advies om katten 4 x per jaar te ontwormen
het hele leven lang.
Wormmiddelen zijn zonder afspraak bij onze balie op te halen, het is dan wel belangrijk om te weten hoe zwaar uw dier precies is. Indien u twijfelt aan het gewicht van uw dier, mag u deze gerust bij ons op de praktijk komen wegen.
Spoelwormen: Een van de meest bekende wormen in Nederland is de spoelworm Toxocara spp. Volwassen wormen zien eruit als dunne ronde slierten (spaghetti). Ze komen overal in de omgeving voor en een groot gedeelte van de honden en katten in Nederland heeft wel eens een besmetting opgelopen. Honden en katten nemen de besmettelijke eitjes op door het likken aan hun vacht en/of poten.
Uit de eieren komen larven die door de darmwand in het lichaam kunnen komen. Ze ‘reizen’ door het lichaam (larva migrans) en worden via de longen weer opgehoest en vervolgens doorgeslikt en komen zo in de darm terecht. Daar ontwikkelen ze zich tot volwassen wormen die eitjes zullen leggen. Eén spoelworm kan wel 200.000 eitjes per dag produceren. De eitjes komen met de ontlasting in de omgeving terecht, waar ze jarenlang kunnen blijven leven en ze een volgend dier of mens kunnen besmetten.
Lintwormen: Lintwormen zijn lange platte dunne wormen die uit verschillende ‘stukjes’ (segmenten) bestaan. Een segment kan soms lijken op een rijstkorrel. Er bestaan verschillende soorten lintwormen, zoals Dypilidium caninum, Taeniae spp en Echinococcus multilocularis (vossenlintworm). De meeste infecties met lintwormen verlopen zonder symptomen, al wordt soms wel jeuk bij de anus gezien, waardoor sommige dieren gaan sleetje rijden.
Zweepwormen: De zweepworm, ook wel kennelworm of Trichuris vulpis genoemd, leeft in de darm en kan bloederige en slijmerige ontlasting veroorzaken. De eieren zijn zeer besmettelijk en kunnen lang in de omgeving aanwezig blijven.
Haakwormen: Ook de haakwormen Uncinaria stenocephala en Ancylostoma caninum komen overal voor. Deze wormen kunnen (bloederige) diarree en in meer ernstige gevallen vermagering veroorzaken.
Longworm: Longwormen zijn wormen die bij honden en bij katten kunnen voorkomen. Longwormen leven in de rechter hartkamer en de bloedvaten naar de longen (de longslagaderen). Ze leven dus niet, zoals de naam doet vermoeden, in de longen maar in de bloedvaten. De eitjes van de volwassen wormen komen wel in de longen terecht en worden opgehoest, ingeslikt en dan uitgescheiden via de darmen.
Honden en katten raken besmet door het eten van slakken besmet met larfjes van de longworm. Honden en katten kunnen ook besmet raken door het eten van andere dieren die een besmette slak hebben opgegeten (een kikker of een vogel bijvoorbeeld).

