Chronisch nierfalen
Nieren hebben van zichzelf een enorme reservecapaciteit en nierfalen treedt pas op wanneer ongeveer 75 % van het nier weefsel is aangetast. Er zijn verschillende vormen van nierfalen: aangeboren, acuut en chronisch nierfalen. Chronisch nierfalen ontstaat geleidelijk in een aantal weken tot maanden en is hierdoor in het begin lastig te herkennen.
Bij de kat komt chronisch nierfalen het meeste voor, voornamelijk bij de oudere kat. Wat de oorzaak is voor het chronisch nierfalen is in de meeste gevallen niet meer te achterhalen. Bij chronisch nierfalen wordt ook wel eens gesproken over een schrompelnier, dit wordt veroorzaakt doordat in de nier een ontstekingsreactie plaatsvindt, waarbij bindweefsel ontstaat. Dit bindweefsel gaat samentrekken, waardoor de nier kleiner wordt en als het ware verschrompeld, schrompelnieren.
Functie van de nier
Nieren zorgen er onder andere voor dat afvalproducten uit het lichaam worden verwijderd en dat de vochtbalans wordt gereguleerd. Bij katten met chronisch nierfalen hopen de afvalstoffen zich op in het lichaam, waardoor de kat zichzelf als het ware aan het vergiftigen is. Daarnaast maken de nieren een hormoon aan welke zorgt voor de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen. Bij veel katten met chronisch nierfalen wordt ook dit hormoon minder geproduceerd, hierdoor komt er bij katten met nierfalen regelmatig bloedarmoede (anemie) voor.
Symptomen
Nierfalen kan onderstaande symptomen veroorzaken:
- Veel drinken (polydipsie) en veel plassen (polyurie), doordat de nieren de urine niet goed kunnen concentreren en er meer vocht verloren gaat via de urine, moet de kat meer drinken om dit vochtverlies enigszins te compenseren.
- Braken en diarree als gevolg van de ophoping van gifstoffen in het lichaam
- Sloomheid, lusteloosheid door uitdroging (dehydratie) en door de bloedarmoede (anemie)
- Doffe, opstaande vacht doordat de katten zich niet goed meer verzorgen
- Anorexie en vermagering door de ophoping van ‘gifstoffen’ zijn de katten vaak misselijk, en willen minder goed eten, daarnaast verliezen ze eiwit via de nieren.
- Ontstekingen in de bek met als gevolg een slechte eetlust en stank uit de bek.
Diagnose
Wanneer katten bij een lichamelijk onderzoek en door de symptomen die de eigenaar beschrijft verdacht worden van nierfalen, dan kan dit worden aangetoond door middel van urineonderzoek en bloedonderzoek.
Bij oudere katten kan het verstandig zijn om eens in de zoveel tijd de nierfunctie te laten controleren door middel van bloedonderzoek. Hierdoor kan nierfalen in een vroeg stadium worden ontdekt en kunnen er maatregelen genomen worden voordat een groot deel van de nier is aangetast. Veel katten met nierfalen hebben een te hoge bloeddruk, wat weer kan zorgen voor allerlei andere problemen. Wanneer bij een kat nierfalen is vastgesteld kan het verstandig zijn om ook de bloeddruk te laten meten, zodat deze in de gaten gehouden kan worden.
Therapie
Wanneer nierweefsel ‘kapot’ is en niet meer goed werkt kan dit helaas niet worden hersteld. Chronisch nierfalen is dus niet te genezen, en de behandeling van deze patiënten is er voornamelijk op gericht op het voorkomen van verslechtering van de nierfunctie.
Wat wel kan is het zoveel mogelijk ondersteunen van het overgebleven nier weefsel wat nog wel functioneert, zodat dit weefsel zo lang mogelijk zijn werk kan blijven doen. Afhankelijk van de ernst zijn er verschillende behandelingen mogelijk. In een vroeg stadium kan men meestal volstaan met een speciale aangepaste voeding en medicatie. Het voer en de medicatie zorgen ervoor dat het overgebleven nier weefsel minder hard hoeft werken en dus ook minder snel achteruit zal gaan en in sommige gevallen zelfs kan stabiliseren.
In ernstige gevallen zullen de katten moeten worden opgenomen en ‘gespoeld’ moeten worden via een infuus. Hoe eerder de diagnose nierfalen wordt vastgesteld hoe succesvoller deze behandeling is. Wanneer een kat goed reageert is het moeilijk te voorspellen voor hoe lang het goed blijft gaan. In sommige gevallen kan het zijn dat een patiënt zo slecht is dat het infuus geen verbetering oplevert, wanneer dit het geval is en de prognose is slecht dan is het soms beter om de kat te laten inslapen, omdat het dier anders een uitzichtloze toekomst tegemoet gaat.
Bij katten die goed reageren op de therapie, zal er naast speciale voeding en medicatie, regelmatige bloedonderzoek en eventuele bloeddrukmetingen moeten worden gedaan om de nierwaarden te controleren.
