Struviet kristallen (blaasgruis)
Kristallen (ook wel blaasgruis genoemd) zijn een veelvoorkomende oorzaak voor het ontstaan van blaasontstekingen bij katten. Over het algemeen zijn dit struviet kristallen. Wanneer een kat kristallen in de urine vormt, werken deze kristallen als een soort zandkorreltjes in op de blaaswand. Hierdoor kan de blaaswand beschadigt en geïrriteerd raken, waardoor bovenstaande symptomen van een blaasontsteking ontstaan.
Doordat de blaaswand beschadigt raakt kan er sneller een secundaire bacteriële infectie ontstaan. Om blaasgruis te kunnen vaststellen kan er microscopisch onderzoek op verse urine worden uitgevoerd, hierin is dan te zien of een kat wel of geen last heeft van blaasgruis.
Bacteriën
In gezonde katten komt een primaire bacteriële infectie van de blaas niet vaak voor. Meestal is er een ander probleem (zoals blaasgruis) aanwezig waardoor bacteriën kunnen groeien. Dit wordt een secundaire bacteriële infectie genoemd. Ook afwijkingen van de blaaswand zelf zoals een tumor of een poliep kunnen ervoor zorgen dat er een sneller een bacteriële infectie ontstaat. Om de blaaswand te beoordelen kan het in bepaalde gevallen nodig zijn om een echo of röntgenfoto van de blaas te maken. Om te onderzoeken of er sprake is van een bacteriële infectie is het nodig om urineonderzoek te doen. Deze urine moet steriel door middel van een blaaspunctie worden afgenomen zodat deze urine op kweek gezet kan worden en te bepalen of er inderdaad sprake is van een bacteriële infectie.
Gedrag
Een andere oorzaak voor plassen naast de bak (wat kan lijken op de symptomen van een blaasontsteking) wordt veroorzaakt door het natuurlijke gedrag van katten. Door middel van het markeren (sproeien) van bepaalde plaatsen met urine, probeert een kat zijn of haar territorium af te bakenen. Normaal gesproken sproeit een kat tegen een verticaal oppervlak, waarbij de staart heel snel heen en weer beweegt. Er zijn echter ook katten die sproeien op een horizontaal oppervlak door te hurken, zodat het lijkt of ze normaal plassen. Niet alleen ongecastreerde katers kunnen sproeien, maar ook gecastreerde katers en poezen kunnen hun territorium afbakenen!
Plassen naast de bak als gevolg van gedrag kan erg lastig te onderscheiden zijn van FIC. Bij gedragsproblemen is er geen lichamelijke oorzaak te vinden voor het plassen naast de bak. Bij FIC zijn er meestal ontstekingscellen aanwezig in de urine, bij plassen naast de bak door gedrag is dit meestal niet het geval. Wanneer gedrag gerelateerde oorzaken en lichamelijke oorzaken van de blaasontsteking zijn uitgesloten blijft FIC als meest waarschijnlijke diagnose over.
Therapie
Omdat de precieze oorzaak van FIC niet bekend is, is de behandeling zeer lastig en veelzijdig. De behandeling van katten met FIC is erop gericht om de klachten te verminderen en ervoor te zorgen dat FIC katten minder vaak last hebben van blaasontstekingen.
Dit kan bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat de kattenbak vaker gebruikt wordt en te zorgen voor zo min mogelijk stress in de omgeven door:
- Zorgen voor voldoende en schone kattenbakken (aantal kattenbakken = aantal katten + 1) met en zonder kap.
- De kattenbak op een rustige plaats neerzetten.
- Uitzoeken welke kattenbak grit uw kat het fijnst vind.
- Zorgen voor voldoende eet en drinkbakjes (aantal = aantal katten + 1) niet te dicht bij de kattenbakken en ook weer op een rustige plek.
- Zorgen voor een stimulerende omgeving voor de kat, doormiddel van krabpalen en leuke speeltjes.
- Gebruiken van synthetische feromonen.
Daarnaast proberen we de klachten van ontsteking te verminderen en de blaaswand te ondersteunen door:
- Het geven van blikvoeding, blikvoer bevat meer vocht, waardoor katten meer gaan plassen.
- Het meer laten drinken van de kat, door ervoor te zorgen dat er altijd vers en schoon drinkwater beschikbaar is, of het plaatsen van een speciaal drinkfonteintje.
- Het geven van speciaal anti-blaasgruis voer, ook wanneer een kat geen kristallen vormt omdat deze voeding de blaas ondersteund door te zorgen voor een goede zuurgraad van de urine.
- Het geven van een pijnstiller/ontstekingsremmer na overleg met de dierenarts.
- Het geven van een blaasontspanner na overleg met de dierenarts.
We kunnen helaas niet voorkomen dat katten met FIC af en toe toch een blaasontsteking zullen ontwikkelen, maar met bovenstaande maatregelen is FIC over het algemeen goed onder controle te houden. Belangrijk is dat u als eigenaar de symptomen herkent en tijdig met uw dierenarts overlegt over een passende behandeling. En belangrijk om te onthouden is dat wanneer uw kat helemaal niet meer kan plassen moet u altijd contact opnemen met een dierenarts!
